|
|
Haaruitval
Hoe groeit het haar?
Een weelderige
haardos staat in onze maatschappij symbool voor gezondheid, geluk
en succes. Haaruitval wordt dan ook met alle mogelijke middelen
bestreden. Helaas is haarverlies een zeer complex probleem, waarvoor
niet altijd meteen een oorzaak noch een doeltreffende behandeling
kan worden gevonden.
Huid en haren worden wel eens "de spiegel van ons lichaam"
genoemd. Haarverlies kan inderdaad het gevolg zijn van een fysieke
of psychische kwaal, en andersom kunnen problemen met het haar of
de haargroei tot ernstige psychische problemen, en zelfs tot depressies
leiden. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat dit één
van de geliefkoosde terreinen is waarop allerlei kwakzalvers actief
zijn en waarvoor de meest fantastische remedies worden aanbevolen.
In het beste geval hebben dit soort wonderremedies geen enkel effect,
soms doen ze zelfs meer kwaad dan goed.
Er bestaan vele mogelijke oorzaken van haaruitval (of alopecie)
en ook verschillende soorten haaruitval. Het opsporen van de preciese
oorzaak is een eerste stap in de behandeling.
Haaruitval: een moeilijk probleem
Haren worden geproduceerd uit huidcellen in de haarfollikels of
haarzakjes. Het aantal haarfollikels op de schedelhuid schommelt
rond de 100.000. Het aantal van die haarzakjes is genetisch bepaald.
Blondharigen hebben bv. meer haarzakjes dan donkerharigen en dan
rosharigen. Met het ouder worden vermindert het aantal haarzakjes
lichtjes, en dus automatisch ook het aantal haren.
Haargroei is een cyclisch proces met met fasen van groei (‘anagene
fase’), overgang (‘katagene fase’) en afbraak
(‘telogene fase’).
De groeifase van de schedelharen duurt ongeveer 3 jaar. Op het einde
van die periode stopt de celdeling en wordt het haar steeds dunner.
Tijdens de overgangsfase komt het haar stilaan los uit het haarzakje
om tijdens de afbraakfase uit te vallen. Die afbraakfase duurt ongeveer
3 maanden.
In tegenstelling tot sommige dieren, waar de haren na de winter
massaal uitvallen, vertoont de haarcyclus bij de mens een veel regelmatiger
verloop. Al is er toch wel een zekere seizoensinvloed met een piek
van haarverlies rond augustus-september.
Bij de mens bevinden zich steeds een 60 à 90 % van de haren
in de groeifase en 10 à 20% in de rust- of afbraakfase. Indien
we ervan uitgaan dat op een hoofd 1.000 haren staan en dat één
haar 100 dagen (3 maanden) blijft staan, dan gaan op één
dag gemiddeld 100 haren op natuurlijke wijze verloren.
De snelheid waarmee het haar groeit varieert van persoon tot persoon,
maar gemiddeld worden de haren 0,5 mm per dag langer. Het haar van
vrouwen groeit iets sneller dan dat van mannen, en de ‘piekleeftijd’
ligt tussen 50 en 70 jaar.
Haarverlies meten
Wanneer men de indruk heeft dat men teveel haar verliest, kunnen
volgende onderzoeken worden uitgevoerd:
• gedurende 24 uur, 4 dagen na het wassen (of indien men het
haar vaker wast, 24 uur voor de volgende wasbeurt) de uitgevallen
haren verzamelen en tellen;
• de trektest: aan een bosje haar van ongeveer 100 haren zachtjes
trekken. Wanneer er meer dan 20 haren lossen, is verder onderzoek
nodig;
• het trichogram of haarwortelstatus: bij deze methode worden
ongeveer 50 haren afgeknipt tot op 1 cm, die dan met een snelle
ruk in de richting van de haargroei worden geëpileerd. De haarwortels
worden dan onder de microscoop bekeken, waardoor men objectieve
informatie verkrijgt omtrent de groeifasen en de afwijkende vormen
van de haarwortels.
Hormonale haaruitval (androgenetische alopecie)
De meest voorkomende vorm van haaruitval is de androgenetische alopecie
die ontstaat onder invloed van androgenen, de mannelijke hormonen.
Dit soort haaruitval komt zowel bij mannen als vrouwen voor, zij
het dan in lichtere mate.
Het is het typische haarverlies dat vanaf een zekere leeftijd optreedt.
Bij de man begint het meestal met het opschuiven van de haargrens
ter hoogte van de slapen, later ook op het voorhoofd. Tegelijk kan
de kruin kaal worden. Het eindstadium waarbij alleen nog een hoefijzervorige
beharing overblijft, wordt slechts door een 10 à 15% van
de mannen bereikt. Bij vrouwen verloopt het haarverlies discreter
en evolueert men nooit naar een echte kaalheid.
Deze vorm van haarverlies is erfelijk bepaald . Men vermoedt dat
er een genetische aanleg bestaat waardoor de haarwortel bij sommige
mensen gevoeliger is voor het mannelijk hormoon, zelfs bij normale
concentraties, waardoor de haren sneller hun haarcyclus beëindigen,
en er dus meer haren verloren gaan dan er worden gevormd.
Deze vorm van haarverlies kan niet ‘genezen’, maar er
bestaan wel een aantal methoden om de evolutie te stoppen of zelfs
nieuwe haargroei te bewerkstelligen :
• Een haarlotion met 2% minoxidil, een geneesmiddel dat oorspronkelijk
gebruikt werd bij hoge bloeddruk, kan het haar opnieuw doen groeien.
Het product moet wel levenslang worden gebruikt, anders herbegint
de haaruitval.
• Recente studies tonen ook aan dat een lotion met een antibacterieel
en een antischimmelmiddel eveneens het haarverlies en de jeuk die
ermee gepaard gaat, kunnen afremmen.
• Bij vrouwen kan men in zowat 50% van de gevallen de haaruitval
afremmen met hormonale preparaten die de werking van het mannelijk
hormoon testosterone blokkeren.
• Chirurgische methodes zoals haartransplantatie en reductie
van de hoofdhuid, kunnen zeer bevredigende resultaten opleveren.
Kale plekken (of Alopecia areata)
Alopecia areata, na androgenetische alopecie de meest frequente
vorm van haaruitval, wordt gekenmerkt door één of
meerdere ronde tot ovaalvormige volledig kale vlekken die goed afgelijnd
zijn en meestal beperkt blijven in grootte. Toch kunnen deze plekken
samenvloeien en evolueren tot volledige kaalheid. De kale vlekken
komen vooral voor op de hoofdhuid, maar ze kunnen ook de baardstreek,
de wenkbrauwen, de wimpers of de pubis treffen. De duur van deze
aandoening varieert tussen 4 en 10 maanden. Het genezingsproces
begint met de groei van kleine, witte donsharen die progressief
verkleuren.
De oorzaak hiervan is nog niet opgehelderd, maar wellicht bestaat
ook hier een erfelijke factor. Men vermoedt ook dat bepaalde auto-immuunziekten
(dit zijn ziekten die veroorzaakt worden door de productie van antistoffen
tegen onderdelen van het eigen lichaam, in dit geval tegen de haarwortels),
een erfelijke aanleg voor het ontwikkelen van een allergie, schildklierproblemen,
sommige infecties van mond, neus, keel en oren (bv. sinusitis, tand-
en mondholteontstekingen enz.) en psychologische factoren (zoals
stress) een rol kunnen spelen.
Vermits de oorzaak en het verloop van dit type haaruitval niet gekend
is, bestaat er ook geen oorzakelijke behandeling. Tot de therapeutische
mogelijkheden behoren o.m. het algemeen of plaatselijk gebruik van
corticosteroïden of PUVA-therapie, dit is een behandeling met
UVA-lichtstralen die tijdelijk haargroei kan geven. Op basis van
een vermoeden van een storing in het afweersysteem, werd ook reeds
gebruik gemaakt van een stof die een contactallergie veroorzaakt
op de kale vlekken. De afweerreactie gericht tegen dat contactallergeen
onderdrukt dan de reactie gericht tegen de haarwortel, waardoor
de haren de kans krijgen om terug te groeien.
Diffuus haarverlies
Deze vorm van haarverlies is verspreid over de hele hoofdhuid en
leidt slechts zelden tot volledige kaalheid.
De meest voorkomende vorm is de telogene haaruitval of telogeen
effluvium, waarbij de haarcyclus voortijdig wordt beëindigd
en sneller de telogene of afbraakfase wordt bereikt. Deze vorm van
haarverlies kan een gevolg zijn van fysieke of psychische stress
, zoals hoge koorts, infecties, bloedarmoede, een operatie, een
ongeval, emotionele problemen, een streng dieet, alcoholmisbruik,
enz. Ook sommige geneesmiddelen (zoals sommige bloedverdunnende
en bloeddrukverlagende medicamenten) kunnen dergelijk haarverlies
uitlokken.
Meestal treedt het haarverlies op zo’n 3 maanden na de uitlokkende
factor.
Ook het haarverlies dat vaak een drietal maanden na de bevalling
optreedt, is een vorm van telogeen effluvium. Het percentage anagene
haren (haren in de groeifase) bedraagt tijdens de zwangerschap 95%,
zodat het normaal telogeen haarverlies op dat moment sterk verminderd
is. Na de bevalling gaan deze haarfollikels, onder invloed van de
daling van het de oestrogeengehalte, snel over naar de telogene
fase. Het resultaat is een toename van het haarverlies zo'n 3 tot
4 maanden later.
In geval van telogeen effluvium kan men niet veel meer doen dan
de oorzaak aanpakken en afwachten: in de volgende 6 à 12
maanden zal immers een spontane ingroei van de haren optreden. Eventueel
kunnen gedurende enkele maanden supplementen van cystine en methionine,
de bouwstenen van onze haren, worden gegeven.
Het haarverlies dat optreedt bij kankerpatiënten die met chemotherapie
worden behandeld, is hiermee vergelijkbaar, maar hier worden de
haarwortels zodanig beschadigd dat de haren nog in de groeifase
uitvallen en het haarverlies kan optreden binnen de week na de start
van de therapie. Ook deze vorm van haarverlies herstelt automatisch
na het stopzetten van de therapie.
Littekenvorming
Dit type van haaruitval, de cicatriële alopecie, is een gevolg
van littekenvorming van de schedelhuid waardoor een aantal haarfollikels
definitief verloren zijn gegaan. Dit kan van bij de geboorte aanwezig
zijn of op latere leeftijd ontstaan door verbranding, een ongeval
of een infectie. Het kan ook het eindstadium zijn van een schimmelinfectie.
Om dat te achterhalen is een specialistisch onderzoek nodig waarbij
een klein stukje huid wordt weggenomen.
Een herstel is niet mogelijk, maar men kan, in geval bv. van een
schimmelinfectie, wel verder onheil voorkomen.
Traumatische alopecie
Een traumatische alopecie ontstaat doordat haren worden uitgerukt.
Een typisch voorbeeld is het haarverlies bij vrouwen die vaak een
paardestaart maken. Hierdoor ontstaat soms een verdunning van de
haardos ter hoogte van het voorhoofd.
Een ander typisch voorbeeld is de zogeheten trichotillamanie, de
manie om voortdurend met plukjes haar te zitten spelen. Hierdoor
kunnen uitgebreide kale plekken ontstaan.
Volledig herstel is mogelijk door de haren gerust te laten.
|
|